BiebBlog

Vlissingen

Bibliotheekmedewerkers
aan het woord

1 maart 2011 @ 08:00 door | 2 reacties

Gedichten in je hoofd

narcissen

Ik heb iets met gedichten. Het zit in de familie.
Zo kon mijn vader zomaar tijdens het eten losbarsten in het gedicht ‘Boven in de kerselaar staat een pop van zessen klaar’ of het hilarische ‘Het hondengevecht’ van A.C.W. Staring. Compleet met bijbehorende gebaren.
Ook werden we zó vaak voorgelezen uit de versjesboeken van Annie M.G. Schmidt, dat ik nog steeds veel van haar versjes uit mijn hoofd ken.
Gedichten: ik ben ermee opgegroeid.

Poëzie op school
Op de middelbare school leerden we bij Nederlands, Frans, Duits en Engels veel over literatuur. Ook over poëzie. Nog steeds zitten er ooit geleerde dichtregels in mijn hoofd, die bij bepaalde omstandigheden hardnekkig naar boven komen. Helemaal vanzelf. Hoef ik niets voor te doen.
Bij koud herfstweer De Genestet’s ‘O land van mest en mist, van vuile, koude regen…’.
Fiets ik over de hei: jawel hoor, daar komt Jacques Perk: ‘Een zee van golvend purper, in verbazen …. zo schijnt de heide…’.
Lopend over het strand, hoor ik Willem Kloos: ‘De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining…’.
Het zien van de eerste narcissen triggert ongevraagd de regels van Wordsworth: ‘And then my heart with pleasure fills, and dances with the Daffodils’.

Waarom onthoud ik wel dichtregels die ik meer dan 40 jaar geleden heb gehoord, maar niet mijn boodschappenlijstje? Moet ik dat voortaan ook op rijm zetten? Wat rijmt er op yoghurt?
En dàt doet me weer denken aan een gedicht van Annie MG Schmidt:

Moeder dicht
Mijn bladerloze schaduw mijdt het water.
Ziezo hè hè, de eerste regel staat er.
en speurt de witte angst van later
Ga weg! Ga spelen met je transformator!
Je ziet toch dat je moeder zit te dichten.
ik wend mij af en doof mijn vale lichten
ik heb tedúm, tedúm tedúm geweten
Dat vul ik later in. Na ’t middageten.
mijn weemoed maakt de koele vlinders wakker
van mijn getooide zelf. Daar is de bakker!
Zeg maar: een halfje bruin en een heel wit.
o grijze schim die daar zo heilloos zit
ik zie mijn grijze droefheid aan de kim.
Da’s tweemaal grijs. Dat kan niet. naakte schim
aan wie ik al mijn zachte treurnis zeg
En nog een rol beschuit! O is ie weg?
als dauw die druppelt van de trage bomen
Als jij nog één keer binnen durft te komen,
Dan krijg je geen vanillevla vanavond!
zo druppelt in dit hart te zeer gehavend
Je moeder dicht. Ze heeft geen tijd, totaal niet.
Als vader thuiskomt gaat het helemaal niet.
Je moeder zou een Shakespeare kunnen zijn.
Ze is het niet. Dat komt door jouw gedrein.
Daar gaat ie weer.
O humtum klaar en koel
in ’t land van late regen en ik voel
mijn schamelheid. Een heer met een kwitantie?
Zeg maar: m’n moeder is met kerstvakantie.
mijn schamelheid. Wat is dat? Hoofdje zeer?
M’n schatje toch… Gevallen met je beer?
Je moeder komt…na na .. daar is ze al.
Wees nou maar zoet – ’t genie staat weer op stal.

Een bloemlezing van de bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur van 1000 tot heden, vindt u onder meer in het boek Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

Zelf gedichten schrijven? Kijkt u dan eens in ons themadossier Dichten voor beginners.

Auteur

Rubrieken Poëzie

Trefwoorden

Reageren

2 thoughts on “Gedichten in je hoofd

  1. Joost schreef:

    Toen we gisteren een bos uitgebloeide tulpen in de vuilniszak mikten, schoot door mijn hoofd: “Ik ween om bloemen in de knop gebroken”. En toen ik sla aan het snijden was: “Alles kan ik verdragen… Maar jonge sla in september, nee” (een gecomprimeerde vorm van het originele gedicht). En hoe vaak ik al niet gedacht heb “tussen droom en daad
    staan wetten in de weg, en praktische bezwaren”.
    Zou het erfelijk zijn?

  2. Marianne schreef:

    Ik hoop niet dat het citaat van Elsschot op mij slaat..;)

    En of het nature of nurture is…ik denk allebei.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

coded with care by codetikkers.nl, ontwerp IDA