BiebBlog

Vlissingen

Bibliotheekmedewerkers
aan het woord

15 september 2011 @ 08:44 door | 2 reacties

Boontjes doppen in Polen

Over het doppen van bonen - Wieslaw Mysliwski Nee, dit blogbericht gaat niet over seizoensarbeid op het Poolse platteland. Het gaat over een oude man die alle tijd neemt om in een uren durende monoloog zijn levensverhaal te vertellen. Hij doet dit tijdens het doppen van bonen wat volgens Poolse plattelandstraditie dé gelegenheid is om eens flink te ouwehoeren.

Om lekker vrijuit en onbegrensd te kunnen praten over wat je maar wilt: herinneringen, dromen, fantasieën, sprookjes over geesten en duivels. Zo ook onze oude verteller: wat hij maar bedenkt, spreekt hij uit. Hij houdt geen rekening met de tijd, noch met een plot. Het zijn losse verhalen, zoals iemand ze uit zijn mouw schudt. Hij dwaalt af, hij weidt uit, hij heeft geen haast, en laat zich rustig van het een naar het ander leiden door zijn herinneringen.

Herinneringen zonder einde
Dat dit geen levensverhaal is dat zich makkelijk laat weghappen en soms zelfs behoorlijk veel van de lezer vergt heeft me er tot nu toe van weerhouden om er over te schrijven. Want Wieslaw Mysliwski (1932) neemt in zijn roman ‘Over het doppen van bonen‘ de tijd om het verhaal te vertellen, en vraagt van de lezer om de tijd te nemen om het te lezen.

En daar moet je zin in hebben, want echt spannend, snel en hip is dit boek niet. Bij tijd en wijle is het zelfs ronduit vervelend, omdat aan sommige herinneringen maar geen einde lijkt te komen. Ik kan er dan ook niet echt de vinger opleggen waarom dit boek me, zelfs een jaar na lezen, niet loslaat. Dit meanderende verhaal is ongrijpbaar als het stromende water van een rivier, een woordenvloed die intrigeert en af en toe zelfs mystiek is te noemen. Na lezing bleven passages in mijn hoofd rondspoken, en het liet me vervolgens achter met een berg vragen en overdenkingen.

Onverwachte bezoeker
Het verhaal speelt zich af op een terrein met vakantiehuisjes waar de verteller als taak heeft ervoor te zorgen dat alles goed verloopt en iedereen zich aan de regels houdt. Als hij bezoek krijgt van een man die bonen komt kopen, reageert hij als volgt: “Zeker, ik heb wat bonen staan, maar net genoeg voor mijzelf, en veel heb ik er niet van nodig. Als van zoveel dingen. Van worteltjes, bietjes, uien, knoflook, peterselie, net genoeg voor mij alleen. En als ik heel eerlijk ben, ik houd niet eens van bonen. Zeker, ik eet ze wel, want ik eet vrijwel alles. Maar ik ben er niet dol op. Soms maak ik bonensoep of Bretonse bonen, niet vaak, maar een doodenkele keer. En honden eten geen bonen.” Enzovoort en zo verder, om daarna onder het gezamenlijk doppen van bonen zijn levensverhaal aan deze onbekende bezoeker te vertellen.

Ondertoon
In een haast terloopse stijl met vaak een lichte, soms droogkomische ondertoon verhaalt hij over zijn pubertijd op een kostschool met een commandant aan het hoofd, over zijn fascinatie voor hoeden, zijn werk op de bouw. Hij vertelt over zijn familie die vermoord werd en over oom Jan die zich ophing alsof het iets alledaags was. Over luisterrijke figuren zoals de magazijnmeester die hem de fijne kneepjes van de saxofoon bijbrengt, want eens was hij een begenadigd saxofonist, en over Zus, de Rode Kruis-verpleegster met wie hij als jongetje optrekt. Later ziet hij hoe ze levenloos wordt weggedragen, omgekomen aan het front.

Herkauwen
Tussen deze anekdotes door filosofeert de naamloze bonendopper over de geschiedenis, over God, geloof, en wat nu uitmaakt dat jij jij bent. Alles wat hij heeft meegemaakt, tilt hij zo, al herkauwend, overpeinzend, bevragend, op een hoger plan. De herinneringen aan zijn idyllische kindertijd op het platteland, aan de wreedheden tijdens de Tweede Wereldoorlog of aan zijn jaren als elektricien in de bouw onder het naoorlogse communisme groeien vaak uit tot een of ander inzicht in de menselijke aard of in een politiek regime. Soms hebben die opvattingen niet meer om het lijf dan de prietpraat van een tapkastfilosoof, soms getuigen ze van gelouterde levenservaring.

Je zou het boek ook kunnen opvatten als een jazzimprovisatie getiteld ‘Variaties op een thema’. Waarbij het thema ‘herinnering’ is … in dit geval een ritme van opeenvolgende en in elkaar overgaande herinneringen, die een nagenoeg verdwenen wereld weer tot leven wekken. Geen kassarinkelende feelgood-literatuur maar ook geen avontuurlijke, postmoderne winkeldochter, deze roman creëert zijn geheel eigen unieke plekje in de wereld van de letteren.

Uiteraard doet deze korte bespreking geen recht aan het boek. Meer over deze eindeloos voortkabbelende ‘onthaastte vertelling’ vindt u dan ook in recensies (NRC, Trouw, Nu.nl en CuttingEdge) en in een interview met schrijver Mysliwski.

Auteur

Rubrieken Recensies

Trefwoorden , ,

Reageren

2 thoughts on “Boontjes doppen in Polen

  1. Mart Lukasik schreef:

    En als de bezoeker nou eens De Dood is, metaforisch of niet? Kantelt het hele boek dan niet naar iets als de balans opmaken van je leven, een soort testament dat zich aan je opdringt omdat je voelt dat je einde nadert? Daarmee blijft net zo goed het bredere perspectief intact, dat het geheel ook het verhaalt vertelt van een hele generatie.

    Mart

  2. Ron schreef:

    Beste Mart,

    Interessante invalshoek. De bezoeker (De Dood) komt de verteller immers vaag bekend voor, hij heeft hem in het verleden wel vaker in de ogen gezien. Het lijkt alsof hij probeert zijn leven te verlengen door verhalen te vertellen en daarbij steeds van de hak op de tak te gaan.

    In het Volkskrant interview wordt aan Mysliwski gevraagd of het De Dood is, gekomen om de oude man op te halen? Hij antwoordt: “Ik weet het ook niet. Als ik het wist, had ik het opgeschreven. Iedere lezer kan weer iets of iemand anders in die bezoeker zien. Als wij praten, dan doen we dat altijd met iemand. Praten we met onszelf, zelfs dan praten we met iemand anders in ons. Zo’n verteller als ik had bedacht, die had een gesprekspartner nodig, om zich uit te kunnen spreken. Misschien is het de dood. Misschien een vreemdeling, die door de verteller is gecreëerd – om maar te kunnen praten.”

    Hij laat het aan de lezer over … en dat is een van de charmes van dit boek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

coded with care by codetikkers.nl, ontwerp IDA